Advies over het Ontwerp Regionaal Verkeers- en Vervoersplan
ARS document - serie: 1993 nr: 04-93 [maart]
[
download dit document]
[inhoudsopgave] [aanbevelingen]
INHOUDSOPGAVE
- INLEIDING
- BEOORDELING VAN HET ONTWERP-RVVP
- Bijstelling van de Strategie
- Ondersteuning door het Rijk
- De relatie met het ruimtelijk beleid
- Infrastructurele-projecten, relatie tussen prioriteit en effectiviteit
- Het parkeer- en locatiebeleid
- Het Openbaar Vervoer
AANBEVELINGEN
- De ARS vindt het ontwerp-RVVP, in vergelijking met het Hoofdlijnenrapport, aanmerkelijk verbeterd. Onderwerpen zijn verder uitgewerkt en waar mogelijk cijfermatig verduidelijkt.
- De ARS adviseert om in ROA-verband te kiezen voor de Doelstellingenvariant. De Doelstellingenvariant gaat weliswaar minder ver dan de oorspronkelijke Milieuvariant, maar lijkt op korte termijn wel het maximaal haalbare.
- De ARS beschouwt de projecten uit de verschillende varianten als een totaalpakket met een strategische functie in de onderhandelingen met het Rijk. Een definitief oordeel over de voorgestelde maatregelen is pas mogelijk, als deze geplaatst kunnen worden in een ruimtelijk kader (ISP). Er is meer inzicht nodig in het belang en het gunstig effect van de verschillende projecten.
- Voor het realiseren van een regionaal verkeers- en vervoersbeleid is het van belang dat het ROA bestuurlijke bevoegdheden krijgt opdat nog bestaande belangtegenstellingen eerst kunnen worden opgelost. De ROA-gemeenten dienen het eens te zijn over welke infra-projecten van gemeenschappelijk belang zijn voor de regio.
- Het Rijk zal de vertaling van het SVV-II beleid in de regio daadwerkelijk moeten ondersteunen door verruiming van de financiële middelen en door met voorstellen te komen voor landelijk geldende flankerende maatregelen om het autogebruik beperken.
- De ARS verwacht dat de groei van de automobiliteit, zonder drastische beperkende maatregelen, onverminderd door zal gaan. Op lange termijn blijft een onverminderd streven naar het terugdringen van het autogebruik daarom noodzakelijk. De ARS adviseert dit aspect in de beleidsstrategie van het RVVP te verwerken en voor de prognoses, evenals in het SVV-II gebeurt, het jaar 2010 te hanteren.
- Met de opbrengst van prijsbeleidmaatregelen ten laste van de auto zullen verbeteringen in het openbaar vervoer moeten worden gefinancierd. Beter variabele kosten (accijns), dan vaste kosten (spitsvignet) verhogen. Prijsbeleidmaatregelen moeten persoonlijk worden gevoeld.
- Prijsbeleidmaatregelen bedoeld om het autogebruik te beperken hebben vooral effect wanneer de consequenties daarvan direct en persoonlijk gevoeld worden.
- De ARS vindt tevens dat werkgevers en werknemers moeten worden aangesproken op een selectievere toepassing van inkomens- en vergoedingssystemen voor o.a. leasewagens.
- De ARS beveelt aan de prioriteit van projecten te beoordelen op vervoerswaardegegevens en op het gunstig effect van de maatregelen. Niet alleen kijken naar het gunstig effect op de leefbaarheid, maar ook het gunstig effect op de bereikbaarheid (reistijd) doormeten.