Advies over de Stedebouwkundige Plannen voor het Museumplein
ARS document - serie: 1993 nr: 06-93 [maart]
[
download dit document]
[inhoudsopgave] [aanbevelingen]
INHOUDSOPGAVE
- DE PLANOPVATTING VAN ANDERSSON
- Neutraliteit van het plan
- De oriëntatie
- ARS-opvattingen
- GEBRUIK VAN DE RUIMTEN
- Openheid en verblijfskarakter
- Dilemma's
- DE TOEVOEGINGEN IN HUN OMGEVING
- De autogarage
- De busgarage
- De schaatsvijver
- De tuin aan de oostkant van het plein
- De uitbreidingen van de musea
- Het Stedelijk Museum
- Het Van Goghmuseum
- Het Rijksmuseum
- Primaire ingrepen: Het voorplein en de museumpassage
- Secundaire toevoegingen: De openbare tuin en de metro-uitgangen
- HET VERKEERSMODEL
AANBEVELINGEN
- De ARS is ingenomen met het ontwerp van Andersson voor het Museumplein, omdat het een geruststellend ontwerp is dat het gebruik niet programmeert, de open ruimte laat bestaan, grote evenementen mogelijk maakt en zichtlijnen in takt houdt. Het plan heeft een gunstige neutraliteit.
De vijver heeft in het ontwerp voldoende kracht om samen met de bomenrijen de symmetrie van het plein te dragen. De ARS vindt het positief dat het Concertgebouwplein is mee-ontworpen.
- Het plan kent ook een aantal dilemma's die nog niet zijn opgelost: de sociale veiligheid voor het lege en 's avonds donkere middengebied, de tuin aan de oostzijde alsook het Museumpad. Hiertoe zouden meer functies en mensen moeten worden aangetrokken, maar daarmee loopt de 'neutraliteit' van het plan gevaar. De ARS ziet het als een expliciete opdracht voor de volgende planfase dit op te lossen.
- Er is een concurrentiepositie tussen P.Potterstraat, Van Baerlestraat en Museumpad om de toegangen en bijbehorende functies van de uitbreiding van het Stedelijk Museum. De ARS blijft van mening dat de hoofdtoegangen van de musea aan de P.Potterstraat moeten blijven, maar vindt dat de Van Baerlestraat een levendige straatwand moet krijgen. Op het Museumpad moet een uitstraling en sociale controle uitgaan van de nieuwe zijgevel van het Stedelijk.
- De ARS voorziet veel extra autobewegingen over de Van Baerlestraat om in de autoparking te komen. Hij beveelt aan om nogmaals te bezien of het verkeer al niet aan de zuidzijde van de Van Baerlestraat naar de parkeergarage kan worden geleid. Indien het financiële drempels zijn die dit in de weg staan, vraagt de ARS de deelraad en centrale stad te zien of hier een extra bijdrage gegeven kan worden om zo de verblijfsfunctie van straat en Concertgebouwplein optimaal te laten zijn.
- De capaciteit, het bedieningsgebied en karakter van de busgarage dienen nader te worden omschreven, waarbij de ARS pleit voor een reservecapaciteit voor de toekomst. Tevens pleit hij ervoor de afvloeiingsroutes van de bussen niet als afzonderlijke kwestie te bestempelen, maar in de verkeersparagraaf van het plan te betrekken.
- De ARS is van mening dat het pleinontwerp richtinggevend moet zijn voor de integratie van de uitbreiding van het Stedelijk en het Van Gogh-museum. Nu Andersson zegt het Van Gogh-paviljoen te kunnen inpassen, laat de ARS zijn oorspronkelijke bezwaren tegen dit paviljoen varen.
- De ingrepen aan het Rijksmuseum hebben de ARS minder overtuigd dan die op het plein. Hij pleit primair voor behoud van het publiek domein in de passage, ook voor de fiets. Hoewel de vormvoorstellen op zich sympathiek overkomen, ziet hij daarin niet de garantie voor het openbaar karakter.
Bovendien vindt hij de gesuggereerde nieuwe fietsroutes kwalitatief slechte alternatieven. Hij is van mening dat deze voorstellen los moeten kunnen worden beoordeeld van het pleinontwerp.
- Hij vraagt zich af of met de situering van de metro-uitgangen niet teveel voorschot wordt genomen op de technische uitwerking.
- Verdere plannen voor uitbreiding van het Rijksmuseum dienen te passen in de typologie van het Museumplein, waarin de tuinen een belangrijke rol spelen.
- Het plan neemt een ruim voorschot op het verkeersluw beleid voor de binnenstad. Er dient op te worden toegezien dat die beloften worden ingelost. Zo dit beleid niet tot stand komt moet er een andere verkeersafwikkeling mogelijk zijn. Tevens dient nog te worden onderzocht hoe aanliggende buurten van de extra verkeersdruk, ontstaan door het wegnemen van de Museumstraat, kunnen worden gevrijwaard.