Contact Stad-Forum

In 2011 is Stad-Forum opgericht. Stad-Forum is een nieuw en onafhankelijk podium in Amsterdam voor gesprekken over ruimtelijke vraagstukken in de stad.

www.stad-forum.nl
info@stad-forum.nl

 

Advies over de Studie Zuidzijde Stationseiland

ARS document - serie: 1994 nr: 07-94 [maart]

[download dit document]

[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]

INHOUDSOPGAVE

  1. INLEIDING: HET GROTE GEHEEL EN DE LANGE TERMIJN
    1. Historische achtergrond
    2. Betekenis van de studie
    3. Context
  2. PRIORITEITEN
  3. HET CS EN OMGEVING ALS VERVOERSMACHINE
  4. DE MODELLEN: Kademodel vs. Kommenmod
  5. VERBAND MET AANLIGGENDE PLANGEBIEDEN
  6. VERBAND MET ANDERE PLANNEN
  7. FLEXIBILITEIT VAN HET PLAN
  8. PROGRAMMA VAN EISEN ACHTER HET ONTWERP
  9. HET ONDERGRONDSE BUSSTATION

SAMENVATTING

  De ARS ziet in de voorliggende studie een eerste stap om in een deelgebied concreet te maken wat de wensen in het IJ-Oevergebied betekenen. Het laat voor de zuidkant van het Stationseiland zien welke druk er op de ruimte is en welk openbaar milieu er kan worden verwacht.
In de studie treft de ARS een onbevangenheid aan die hem aanspreekt: zowel tegenover de vervoerswensen als tegenover de inrichting van de openbare ruimte, boven- zowel als ondergronds. Het is een gedegen analyse met goede toepassing van ideeën over daglicht in ondergrondse ruimten. Hij heeft wel zorg over het functioneren van de ondergrondse winkelwereld.
Afleesbaar is dat er gebrek aan ruimte is om alles goed in onder te brengen. De prioriteiten die de studie daarom stelt onderschrijft hij, zij het dat onbetaald stallen van fietsen naar zijn smaak te snel is weggeschreven. Hij onderschrijft ook de keuze voor het Kademodel, waarin het water is gemaximaliseerd.
Wel mist hij een uitwerking van de zuidelijke kade.
Ondanks de verdienste van dit model meent de ARS dat het geheel niet erg flexibel is, omdat er geen reserveruimte in zit. Toekomstige ontwikkelingen zullen dan ook moeilijk inpasbaar zijn.
De ARS ziet het plan uitdrukkelijk als een deelstudie omdat de opdracht beperkt was tot de stadszijde van het Stationseiland. Een aantal naar zijn smaak essentiële verbanden is daarom niet opgenomen, zoals die met het Schreiersplein/winkelcentrum. Ook ontbreekt een volledig overzicht van de afwikkeling van reizigers/verkeer/vervoer. Van buiten de studie zijn daarop naar zijn idee aanvullingen nodig.


AANBEVELINGEN

  1. Laat de gemeente voor verdeling van functies en wensen het hele Stationseiland (stad- + IJ-zijde) in beschouwing nemen. Zie het Centraal Station (CS) en zijn omgeving als één grote verkeers/vervoersmachine en bezie dan aan welke kant en met welk vervoermiddel de reizigersproduktie het best kan worden verwerkt. De gemeente dient er zorg voor te dragen dat zo'n overallvisie ontwikkeld wordt.
  2. De ARS adviseert de wethouder een uitdrukkelijk punt te maken van de coördinatie, enerzijds bij het ontwikkelen van een overallvisie op het Stationseiland en anderzijds bij de raakpunten van verschillende plannen in de omgeving met het ontwerp van het plein zelf. Ook de permanente uitwisseling met het Ontwerp-bestemmingsplan IJ-Oevers en een uit te brengen Plan voor de Openbare Ruimte acht hij wezenlijk.
  3. Het Kademodel dient nog op onderdelen nader getoetst te worden: zowel op de functies die er (g)een plek kunnen krijgen, als op de zuidelijke kade die nog oningevuld is.
    Laat de gemeente vervolgstudies uitzetten om verband te leggen met:
    • aanliggende gebieden, zoals een mogelijk Schreiersplein en bijbehorend winkelcentrum,
    • de plannen van de Stadshartoperatie,
    • relevante onderdelen van het VIP, zoals de rol van de Prins Hendrikkade.
    • uitwerkingen van het concept-bestemmingsplan IJ-Oevers
  4. De ruimteclaims van betrokken diensten en bedrijven zijn voor de studie als gegevens overgenomen en niet onderzocht. De ARS adviseert de gemeente deze op een onafhankelijke manier te laten beoordelen, zodat komt vast te staan wat de ondergrens van deze ruimte-eisen zijn. Dit dient te gebeuren alvorens ze als onderlegger voor het ontwerp kunnen dienen.
  5. Uit nieuwe grafieken maakt de ARS op dat het busvervoer na aanleg van de N/Z-lijn eerst daalt en dan weer stijgt. De behoefte aan halteplaatsen ligt uiteindelijk weer tussen 40 en 50 stuks. Hij heeft geen gegevens die aantonen dat een elektronisch systeem dit aantal kan halveren.
    De ARS adviseert de gemeente zolang als kan vast te houden aan een ondergronds busstation omdat enerzijds zo'n voorziening later nooit meer aangebracht kan worden en anderzijds zelfs bij 20 halteplaatsen de impact bovengronds zeer groot is, zowel door het ruimtebeslag als door de rijbewegingen van de bussen. Hij adviseert bij een ondergrondse oplossing mogelijke stallingsruimte voor toeristenbussen te betrekken.