Advies over een Plan Openbare Ruimte IJ-oevers
ARS document - serie: 1994 nr: 22-94 [november]
[
download dit document]
[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]
INHOUDSOPGAVE
- INLEIDING
- GEEN PLANVORMING TOT IN DETAIL
- Veranderd plankarakter
- Alleen essentialia
- Aangepaste grondpolitiek
- Gevolgen voor andere planinstrumenten
- Niveau van detaillering
- Tijdelijke bestemmingen
- GEEN ALOMVATTEND PLAN, MAAR AANWIJZINGEN VOOR HET PROCES
- Beperkte zwaartepunten
- Meer ruimte voor het proces
- De hoofdthema's
- WAT SCHEIDT EN WAT BINDT: diversiteit
- INHOUD VAN HET PLAN
- Algemeen
- Infrastructuur
- Overdekte ruimten
- Staalkaart en 'kritische massa'
- ORGANISATIE VAN HET PROCES
- Rol van de politiek
- Maatschappelijke oriëntatie
- Organisatie planvorming
SAMENVATTING
| |
Dit advies is een nabeschouwing van de Expertmeeting over het Plan Openbare Ruimte IJ-Oevers (POR), die de ARS belegde op 14-10-'94 op verzoek van de portefeuillehouder en directeur Grondbedrijf. Het verwerkt de meest relevante uitspraken van de inleiders, die zowel inhoudelijk als organisatorisch van aard waren. Algemeen gezien vindt de ARS het nadelig voor het POR dat er geen wederzijds afstemmingsproces met het bestemmingsplan (BP) is geweest en er evenmin een maatschappelijke inbreng in het POR zelf was. Naar de mening van de ARS komt het onderliggend stedebouwkundig plan van het BP via de omweg van een POR naar buiten. Voor de toekomst moet beïnvloeding van het BP door het POR mogelijk worden. Hij onderschrijft de stelling van Lambert alleen essenties van het gebied in een POR op te nemen, die via analyse van de hoofdstructuur en de typologieën ingebracht worden; essentieel daarin is de relatie met de stad. De details komen later, alleen nu de te geven garanties voor kwaliteit in de toekomst inbouwen. Het advies is opgebouwd rond drie hoofdconclusies: Eerste hoofdconclusie wordt getrokken als het advies ingaat op de 4 thema's uit het POR: het pleit ervoor er een hiërarchie in aan te brengen en voegt er een extra thema over het 'publiek domein' aan toe. Vervolgens komt de verhouding van het POR met de deelgebieden aan de orde. Het POR moet achterland, doorloopmogelijkheden en functies analyseren om de relatieve kwetsbaarheid van de openbare ruimte vast te stellen. Tweede hoofdconclusie betreft de aangrijpingspunten voor een POR: de ARS onderschrijft dat dit enerzijds de overgang van (Binnen)stad naar IJ-Oevergebied moet zijn, anderzijds ziet hij als handvat de publiekspunten van de infrastructuur in het gebied zelf, die nauw samenhangen met het CS als 'vervoersmachine'. Dat leidt naar de Stationseilanden. Een staalkaart van kwalitatieve voorwaarden kan goede diensten verlenen. In de organisatorische sfeer pleit het advies voor een sterkere inzet van de politiek met mogelijkheden voor directe maatregelen vanuit het grondbeleid of reservering van publieke functies voor de IJ-Oevers waar het POR dat nodig oordeelt. Hij ziet niet gebeuren dat een POR in één keer wordt neergezet, maar vindt dat het de meeste kansen heeft als het ontwikkeld wordt, mede adhv. inbreng van mensen die direct met het gebied te maken hebben. Het pleidooi voor tijdelijke bestemmingen en evenementen sluit hierbij aan. Het advies ziet dit als onderdeel van een communicatieproces. Derde hoofdconclusie gaat over de organisatie van het ontwerpteam voor een POR. De ARS ziet het meeste in een strategisch stedebouwkundige als leider van een ontwerpteam. Deze verzorgt ook de samenstelling ervan en wel uit verschillende diensten en particuliere bureaus. Hij dient een directe lijn naar de wethouder te hebben. De ARS pleit ervoor dit team los te houden van mogelijke competentiekwesties tussen diensten. Als het team sterk geëquipeerd is, vindt hij een begeleidingscommissie niet nodig. Maatschappelijk betrokkenen en ARS zouden ieder op hun eigen gebied de nodige feedback kunnen leveren. |
AANBEVELINGEN
- Er dient niet te worden afgezien van het maken van een Plan voor de Openbare Ruimte aan de IJ-Oevers.
- De ARS vindt het noodzakelijk dat wezenlijke bevindingen, tijdens het maken van het POR opgedaan, alsnog in het BP kunnen worden ingebracht.
- Er zitten aan de voortgang van een POR twee kanten: een organisatorische, waaronder de ARS ook een professioneel communicatieproces rekent, én een inhoudelijke kant. Beide verdienen grote aandacht.
- Breidt de 4 hoofdvoorwaarden voor de openbare ruimte uit met die van de 'publieksgerichtheid'. Breng er een hiërarchie in aan. Beschouw als voornaamste opgave: 'de IJ-Oevers aan de stad vast klinken'.
- Geef in een POR primaire aandacht aan de raakvlakken met de bestaande stad. Leg het zwaartepunt bij die met de Binnenstad. Voeg daar de publieke functies van de infrastructuur aan toe, gebruik ze ook als aanzet voor een sociaal/cultureel program en verwerk de publiekstromen die daar bij horen. De vervoersmachine van de Stationseilanden wordt dan logisch uitgangspunt.
- Betrek de (semi-)openbare ruimte van de gebouwen in een (deel-)gebied bij een POR.
- Ga niet teveel in detail, leg nu nog niet alles vast op één Leitmotiv voor de vormgeving.
- Werk vanuit een staalkaart van kwaliteitsvoorwaarden, waar functies en publiek nog niet zijn ingevuld, hanteer het begrip 'kritische massa' voor verschillende invullingen.
- Organiseer een programma van tijdelijke bestemmingen/evenementen voor dit centrale deel om in de praktijk ervaring op te doen met het gebied en tegelijk interesse van het publiek te wekken.
- Beperk het aantal zwaartepunten in het gebied. Toets het belang van de openbare ruimte der deelgebieden op hoofdpunten. Stel de relatieve kwetsbaarheid van de openbare ruimte daar vast adhv. achterland, doorloopmogelijkheden en functies.
- Ga intussen voort met de planning vanaf de flanken, zoals O.Havengebied en Houthavens, maar zoek daar aansluiting mee op hoofdlijnen.
- Toets pas op onderdelen en details in uitwerkingsplannen, als deze aan de orde zijn, dwz. breng een fasering aan in de mate van detaillering.
- Zorg dat gewenste publiekstoeloop en beschikbare functies aan elkaar worden getoetst, dus geen luchtfietserij met de openbare ruimte zonder verantwoording over verschillende soorten publiek(stromen). Naast de ruimtelijke structuur ook een activiteitenstructuur opzetten.
- Speel als politiek een actievere rol, zet de grondpolitiek in als het POR dat vraagt en reserveer speciale (publieke) functies die het publieke klimaat in het gebied ten goede komen. Laat de politiek verantwoordelijke ook een directere rol spelen bij cruciale momenten, bv. ter gelegenheid van een rapportage, of de presentatie van nieuwe planfasen/besluiten.
- Zet een strategisch stedebouwkundige in die een team uit verschillende sferen (diverse diensten en [semi] particuliere bureaus) recruteert. Geef een rechtstreekse (rapportage-)lijn naar de politiek en houdt het team buiten een mogelijke competentiestrijd tussen diensten.
Laat het een team zijn dat de overall visie houdt en leiding geeft aan uitwerking van het centrale deel, alsook aan het proces als geheel. Laat op dat niveau de deelgebieden bewaken.