Contact Stad-Forum

In 2011 is Stad-Forum opgericht. Stad-Forum is een nieuw en onafhankelijk podium in Amsterdam voor gesprekken over ruimtelijke vraagstukken in de stad.

www.stad-forum.nl
info@stad-forum.nl

 

Brief aan Almere over de Nota Ruimtelijke Ontwikkelingsstrategie 2015

ARS document - serie: 1997 nr: 05-97 [februari]

[download dit document]

Geacht College,


De ARS, adviesraad in het Amsterdamse, heeft vanwege de regionale aspecten over de nota 'Ruimtelijke Ontwikkelingsstrategie Almere 2015' gediscussieerd. De nota plaatst Almere in een regionale context. Gegeven ook de regionaal veelzijdige opties voor verdere ontwikkeling is de nota te zien als een bijdrage van Almere aan het denken over de regionale ruimtelijke ordening. De ligging en potenties van Almere zijn daarin cruciaal. Bij nadere beschouwing van de nota kwam een aantal aspecten naar voren die in het onderstaande zijn beschreven en waarop vragen zijn geformuleerd.


ALGEMENE BESCHOUWING

De studie naar de verdere ontwikkeling van Almere komt op een belangrijk moment. Als de in de studie neergelegde verwachtingen uitkomen, zal Almere doorgroeien tot één van de grote steden van Nederland, mogelijk qua inwonertal de 7e stad van het land. Ergens in deze fase is het waarschijnlijk dat Almere een kwalitatieve drempel zal overschrijden, die stimulerend zal werken op het aantrekken niet alleen van meer bewoners, maar ook van werkgelegenheid en voorzieningen. Het is denkbaar dat het dan niet alleen om werkgelegenheid en voorzieningen gaat op bedrijfsterreinen, maar ook om meer compacte vormen ervan in de vorm van kantoren, hotels of onderwijsconcentraties die zich richten op het centrum. In de samenhang van meer inwoners en centrumversterking is ook te denken aan grotere mogelijkheden voor openbaar railvervoer. Meer werkgelegenheid in Almere en geschikt railvervoer zijn ook voor de regio belangrijk omdat hierdoor het autogebruik wordt beïnvloed.

Met het oog op de toekomst is het belangrijk dat de Nota nu al het netwerk met infrastructuur wil aangeven, waar de 7e stad van Nederland in de toekomst in moet hangen. Verbindingen die de aandacht vragen zijn die naar het oosten (Zwolle), het westen (IJmeer) en naar het Zuiden (Stadsgewest Amersfoort, conform de oostflankstudie, zoals ook in het tijdschrift 'Stedebouw & Volkshuisvesting' (nr.3/4,'95) aan de orde is gesteld.
De aandacht voor het netwerk wordt versterkt door het regionale aspect van de Schipholproblematiek. Op de Noordvleugel zullen zowel een nieuwe luchthavenfunctie in zee bij IJmuiden als een in de Markerwaard belangrijke invloed hebben. In het laatste geval is zelfs een dominante invloed op de verdere oriëntatie en ontwikkeling van Almere te verwachten.

In het verband van deze discussiepunten heeft de ARS als vragen:
* Hoe zou een geleidelijke, meer centrumgerichte werkgelegenheidsontwikkeling zijn in te bouwen in de gefaseerde ontwikkeling van Almere?
* Hoe zou het railvervoer meer te betrekken zijn bij toekomstige ontwikkelingen?
* Wat zouden effecten op de Almeerse ontwikkeling kunnen zijn van een luchthavenontwikkeling in de Noordzee of de Markerwaard? Deze vraag staat in rechtstreeks verband met de capaciteitsproblemen in de Noordvleugel van de Randstad.


AFGELEIDE, MEER SPECIFIEKE KWESTIES

De stedelijke fasering
De in de Nota Almere 2015 uitgesproken behoefte van zorg voor de bestaande stad onderschrijft de ARS. Met name gezien het aspect van het stedelijke beheer. Het gekozen accent om de prioriteit van de ontwikkeling aan de oostkant van de stad te leggen is begrijpelijk gezien het streven naar een veelzijdiger oriëntatie. Toch is er ook een vraag in dit verband.

* Indien aan bestaand railvervoer gedacht wordt ligt een ontwikkelingspotentie aan de westkant (Almere-Poort) voor de hand. Aangesloten kan dan worden op bestaand railvervoer. De vraag is dan ook of deze ontwikkelingsrichting tot de mogelijkheden behoort.
* Een nog zwaarder accent aan de westkant is denkbaar indien de genoemde ontwikkelingen in de Noordzee zich voordoen. De vraag is hoe deze ontwikkeling is in te passen.
* Een andere kwestie in regionaal verband is de zware belasting van de verbindingen met het oude land. Tegen deze achtergrond zou aan een uitbreiding van railverbindingen gedacht kunnen worden. Mogelijkheden zijn denkbaar via een nieuwe lijn langs de Stichtse Brug en een extra lijn onder/door het IJmeer. De vraag is hoe zwaar deze kwestie aan de Almeerse kant wordt ingeschat en hoe reëel deze oplossingsrichtingen zijn.
De ervaring leert dat het realiseren van nieuwe raillijnen (in het IJmeer mogelijk ondergronds vanwege het milieu) alleen met bundeling van belangen van het Rijk zijn los te krijgen. Wij adviseren dan ook de belangen in de Noordvleugel van de Randstad hiervoor te mobiliseren.

Grootstedelijke voorzieningen
* Bij Strandpoort ligt de mogelijkheid van een omvangrijke recreatieve ontwikkeling zowel ten behoeve van Almere als de bewoners van het oude land. Een station ter plekke zou hierbij een belangrijke rol kunnen spelen.
* Behalve Strandpoort dat een regionale functie kan krijgen, worden in de Almeerse Nota als belangrijke voorziening genoemd: het stadspark Almere Bos en een Centre of Excellence.
* Het stadspark Almere Bos wordt vooral als een intensief te gebruiken trekpleister gezien. Verwezen kan in dit verband worden naar de nieuwe 'groennota's' over "Landgoederen en Buitenplaatsen" met ook aanduidingen over financieringsmogelijkheden.
Het stadspark benadert het Gooimeer met de villawijk Overgooi. Deze wijk is zeker kansrijk. Te bedenken is ook dat de Gooise grondgesteldheid doorloopt naar Almere en er een opzet te ontwerpen is die het Gooise woonmilieu weerspiegelt. Settlements zijn eventueel daar te overwegen. Ook zijn archeologische vindplaatsen met oude nederzettingen waarschijnlijk; ze zijn als waardevolle, herkenbare elementen in het landschap in de planvorming in te passen.
* De gedachte om reserveringen op te nemen voor een bijzondere grootstedelijke voorziening (Centre of Excellence) ligt in de lijn van een groei naar de 7e stad in het land. In de praktijk blijken deze voorzieningen vaak moeilijk realiseerbaar, waardoor de plekken vele jaren ongebruikt kunnen blijven. Een tijdelijke bestemming is dan te overwegen.

TOT SLOT
Bovenstaande min of meer globale opmerkingen en vragen zijn te zien als voortkomend uit de betrokkenheid van de ARS met de ruimtelijke problematiek van de Noordvleugel. In dat verband opent de nota van Almere belangrijke mogelijkheden. De opgeworpen thema's acht de ARS dermate van belang dat de ARS graag een gelegenheid zou hebben daarover met u verder van gedachten te wisselen.

Drs.F.M.C.vd.Ven (voorzitter)
Drs.B.B.J.Huls (secretaris)