- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
Geachte heer Bakker,
De zorg voor de Singelgrachtzone wordt door de ARS al lange tijd gekoesterd. Het is goed om te zien dat die zorg langzamerhand gemeengoed wordt, ook bij u als een van de relevante portefeuillehouders. Dat is op onderdelen te merken.
Een van die onderdelen waar nog verbetering voor de Singelgracht op kan treden, is bij de nieuwbouw van brug 84: een kans van eens in de 100 jaar. De ARS heeft daar ook een brief aan het gemeentebestuur over geschreven (nr.86,'96, dd.20-3-'96)
Het was in eerste instantie verheugend dat het gemeentebestuur opdracht had gegeven de mogelijkheden van herstel van de (standaard-)doorvaartmaten te onderzoeken.
Op 25-2-'97 hebben wij kennis genomen van het indertijd door WBA opgedragen onderzoek aan het IBA. Teleurstellend was dat slechts één mogelijkheid was onderzocht, nl. de symmetrische doorvaart (2 zijtraveeën en 1 hoofddoorvaart in het midden). Dat leidde tot zandophoging tot in de F.Bolstraat met de nodige keermuurtjes voor het trottoir op de Stadhouderskade. Kortom, deze variant is een stedebouwkundig wangedrocht en is terecht afgevallen.
Het bleek dat er geen andere varianten zijn bekeken. Die waren overigens wel in onze brief meegegeven, omdat wij wel aanvoelden dat de symmetrische variant met zijn ophoging voor de Stadhouderskade te grote problemen zou geven. Je zou kunnen zeggen dat het minst voor de hand liggende model is bekeken.
Om de asymmetrische variant, met de hoogste doorvaart aan de kant van het Weteringcircuit, zo te construeren dat hij haalbaar wordt, is zelfs als een uitdaging op te vatten. Die ambitie bleek er bij de betreffende dienst niet te zijn.
In het gesprek werd na aandringen van onze kant tenslotte door de Dienst ISR toegezegd dat de variant met de asymmetrische kattenrug alsnog bekeken zou worden, maar slechts globaal. En nu reeds werd het vermoeden door de dienst geuit dat deze duurder zou zijn, waardoor deze variant eigenlijk al geen open kans meer heeft.
Beide uitgangspunten: globaal plus duurder, kunnen ertoe leiden dat de onderzoeksopdracht niet inspirerend zal zijn en bijgevolg de oplossingen marginaal en niet creatief genoeg.
Wij vragen u als portefeuillehouder te bevorderen dat het onderzoek open wordt uitgevoerd, gericht op een oplossing ipv. alleen een calculatie. In dit perspectief kan het wenselijk zijn externe expertise in te winnen voor alternatieven bij enkele cruciale technische kwesties als de toelaatbare hellingpercentages voor de tram, kostenberekening/toedeling en globaal ontwerp.
Van de ARS-kant bieden wij aan u zo nodig hierover te adviseren.
Voor het bestuur van de ARS,
i.o. Drs. D.J. v.d. Laan (Lid DB-ARS)
Drs. B.B.J.Huls (secretaris)