Contact Stad-Forum

In 2011 is Stad-Forum opgericht. Stad-Forum is een nieuw en onafhankelijk podium in Amsterdam voor gesprekken over ruimtelijke vraagstukken in de stad.

www.stad-forum.nl
info@stad-forum.nl

 

Advies over de Notitie Toetingscriteria Groenprojecten

ARS document - serie: 1999 nr: 99-24 [oktober]

[download dit document]

[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]

INHOUDSOPGAVE

  1. HUIDIGE ONTWIKKELING
  2. DE TOETSINGSCRITERIA
    1. Toepassing van de criteria
    2. Het begrip 'domeinvorming'
    3. De factor 'onderhoud'
  3. BEDREIGINGEN EN BELANG VAN DE HOOFDGROENSTRUCTUUR
  4. PRIORITEITEN EN BEVOEGDHEDEN

SAMENVATTING

  De ARS reageert in dit advies op de Notitie Toetsingscriteria Groenprojecten 1998-2002, opgesteld door de Dienst RO (juni 1999). De ARS legt de nadruk op een drietal hoofdzaken:
De hoofdgroenstructuur
Volgens de ARS is het voor een goed gebruik van de toetsingscriteria eerst nodig dat er een eenduidige definiëring van de hoofdgroenstructuur komt. Daarin moet de precieze invulling zijn uitgewerkt, waardoor prioriteiten tot uiting komen gekoppeld aan een strategie. De inhoudelijke speerpunten ervan moeten volgens de ARS liggen bij handhaving van de groene scheggen op stedelijk niveau en verder bij de bescherming van parken en groene verbindingszones. Als aanvulling op de definiëring van de hoofdgroenstructuctuur is het nodig dat er ook een kaart wordt opgesteld waarop de begrenzing, bestemming en het gebruik ervan staan aangegeven. Als leidraad moet het (eventueel bijgestelde) Structuurplan voor Amsterdam gelden.
Door het ontbreken van zo'n onderlegger blijken de criteria zwak en ontstaan er in de hoofdgroenstructuur zelfs ook nietgroene plannen die daar een averechtse werking hebben. Ook met z.g. 'tijdelijke bestemmingen' moet met de nodige voorzichtigheid worden omgegaan.
Wisselwerking en samenhang
Uit de huidige 'Toetsingscriteria' valt nog geen selectieproces van groenprojecten te halen. Het maximaal scoren op deze lijst is geen bewijs voor maximale groenkwaliteit van een project en dus voor prioriteit bij de financiering. Om ongestructureerde opstelling van groene initiatieven te voorkomen vindt de ARS de regie tussen projecten van onderop (stadsdelen) en die vanuit de hoofdgroen-groenstructuur (centrale stad) noodzakelijk. De verantwoordelijke wethouder dient zich voor beide kanten in te zetten waarbij de centrale stad de eindverantwoordelijkheid neemt. Deze wisselwerking zal tot een juiste samenhang tussen de hoofdgroenstructuur en de overige groenprojecten moeten leiden. Dit vereist voor beide sporen ook een afweging die elk groenproject in zijn specifieke context beoordeelt en typeert. De uitslag ervan dient College-breed gedragen te worden.
Uitvoering en onderhoud
Meer nadruk dient te liggen op de uitvoering van groenprojecten. Onderhoud en beheer zullen een onlosmakelijk geheel moeten vormen. Er kunnen aan de Notitie uitvoeringscriteria worden toegevoegd. De begrotingsposten moeten daarop ook afgestemd worden.
Bij de evaluatierondes van het programakkoord en de gemeentebegroting, mogen de niet bestede posten van het groenfonds geen aanleiding geven deze bedragen voor andere doeleinden te gebruiken of deze te laten terugvloeien. Voor de groenprojecten geldt immers dat er sprake is van een inhaalslag.


AANBEVELINGEN

  1. Begin direct aan de uitwerking en uitvoering van de hoofdgroenstructuur d.w.z. definieer de structuur eenduidig, leg op een duidelijke kaart de grenzen vast en laat over de bestemmingen en het gebruik ervan geen misverstanden bestaan. Laat dit een rol spelen in de criteria.
  2. Waarborg de hoofdgroenstructuur door bescherming van primair de scheggen met hun randen, daarna de verbindingszones en de buurtparken. Geef dit een plek in de criteria.
  3. Neem zowel posten voor de aanleg als voor het onderhoud en beheer op in het groenfonds.
  4. Leg de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming steeds bij het voltallige College.
  5. Start snel met een communicatie-actie, waardoor de visie uitgedragen en beschermd wordt en het accent bij de uitvoering komt te liggen.
  6. Zie er vanuit stedelijk niveau op toe dat de gelden uit het groenfonds ingezet worden voor het doel waarvoor ze bestemd zijn, waarmee garanties voor uitvoering ontstaan.