- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING
| De ARS reageert in dit advies op de Notitie Toetsingscriteria Groenprojecten 1998-2002, opgesteld door de Dienst RO (juni 1999). De ARS legt de nadruk op een drietal hoofdzaken: De hoofdgroenstructuur Volgens de ARS is het voor een goed gebruik van de toetsingscriteria eerst nodig dat er een eenduidige definiëring van de hoofdgroenstructuur komt. Daarin moet de precieze invulling zijn uitgewerkt, waardoor prioriteiten tot uiting komen gekoppeld aan een strategie. De inhoudelijke speerpunten ervan moeten volgens de ARS liggen bij handhaving van de groene scheggen op stedelijk niveau en verder bij de bescherming van parken en groene verbindingszones. Als aanvulling op de definiëring van de hoofdgroenstructuctuur is het nodig dat er ook een kaart wordt opgesteld waarop de begrenzing, bestemming en het gebruik ervan staan aangegeven. Als leidraad moet het (eventueel bijgestelde) Structuurplan voor Amsterdam gelden. Door het ontbreken van zo'n onderlegger blijken de criteria zwak en ontstaan er in de hoofdgroenstructuur zelfs ook nietgroene plannen die daar een averechtse werking hebben. Ook met z.g. 'tijdelijke bestemmingen' moet met de nodige voorzichtigheid worden omgegaan. Wisselwerking en samenhang Uit de huidige 'Toetsingscriteria' valt nog geen selectieproces van groenprojecten te halen. Het maximaal scoren op deze lijst is geen bewijs voor maximale groenkwaliteit van een project en dus voor prioriteit bij de financiering. Om ongestructureerde opstelling van groene initiatieven te voorkomen vindt de ARS de regie tussen projecten van onderop (stadsdelen) en die vanuit de hoofdgroen-groenstructuur (centrale stad) noodzakelijk. De verantwoordelijke wethouder dient zich voor beide kanten in te zetten waarbij de centrale stad de eindverantwoordelijkheid neemt. Deze wisselwerking zal tot een juiste samenhang tussen de hoofdgroenstructuur en de overige groenprojecten moeten leiden. Dit vereist voor beide sporen ook een afweging die elk groenproject in zijn specifieke context beoordeelt en typeert. De uitslag ervan dient College-breed gedragen te worden. Uitvoering en onderhoud Meer nadruk dient te liggen op de uitvoering van groenprojecten. Onderhoud en beheer zullen een onlosmakelijk geheel moeten vormen. Er kunnen aan de Notitie uitvoeringscriteria worden toegevoegd. De begrotingsposten moeten daarop ook afgestemd worden. Bij de evaluatierondes van het programakkoord en de gemeentebegroting, mogen de niet bestede posten van het groenfonds geen aanleiding geven deze bedragen voor andere doeleinden te gebruiken of deze te laten terugvloeien. Voor de groenprojecten geldt immers dat er sprake is van een inhaalslag. |
AANBEVELINGEN