Contact Stad-Forum

In 2011 is Stad-Forum opgericht. Stad-Forum is een nieuw en onafhankelijk podium in Amsterdam voor gesprekken over ruimtelijke vraagstukken in de stad.

www.stad-forum.nl
info@stad-forum.nl

 

Advies over het SPvE voor het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer (WCW)

ARS document - serie: 2001 nr: 01-01 [februari]

[download dit document]

[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]

INHOUDSOPGAVE

  1. Het EERDERE ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF en het HUIDIGE SPVE
  2. POSITIE VAN HET WCW BINNEN AMSTERDAM
  3. DE BARRIÈRES ROND HET WCW
  4. BEREIKBAARHEID VAN HET GEBIED
    1. Algemeen
    2. Aansluiting op landelijk spoorwegnet
    3. Aansluiting op stedelijk openbaar vervoer
  5. INTERNE OPZET
    1. Hoofdopzet
    2. Waterhuishouding, ecologie en duurzaamheid
    3. Routes voor fietsers en wandelaars
  6. HET WONEN: aantallen, woonsfeer en -kwaliteit

SAMENVATTING

  Bij beschouwing van het SPvE voor het WCW komt de ARS een aantal dilemma's tegen. Eén ervan is dat de ruimtelijke opzet primair gericht is op de Watergraafsmeer. Dat blijkt uit de rol van de Kruislaan als centrale as, waaraan een NS-station is gekoppeld. Aan de andere kant krijgt de relatie met de Molukkenstraat en Indische Buurt gestalte via de dwars op de Kruislaan opgenomen nieuwe WCW-laan. Er is echter geen zekerheid dat op korte termijn het NS-station er komt. Dit betekent dat de relatie met de Indische Buurt in eerste termijn de hoofdrelatie wordt. Dat houdt in dat de korte en de lange termijn in het plan elkaar voor de voeten lopen.
Tweede dilemma dat de ARS meent te zien is dat de stedebouw en de verkeersplanning elkaar in de weg zitten. Door nu geen oplossing te bieden voor het spooremplacement en de zekerheid van een station, blijft onduidelijk of de layout van het gebied nu wel of niet op zo'n station moet worden georiënteerd.
Om hiervan verzekerd te zijn moet de barrière van het spooremplacement worden doorbroken. Daarom zal reeds in deze SPvE-fase de mogelijkheid van algehele verplaatsing, overbouwing of ondertunneling ervan onderzocht dienen te worden. De kosten zullen behalve door woonbebouwing moeten worden teruggewonnen via de sterke WCW-werkfuncties.
Toegevoegde waarde moet worden verkregen door het station een goede aansluiting op hoogwaardig stedelijk openbaar vervoer (metro/tram) te geven, d.w.z. via uitbreiding van het railnetwerk richting Diemen, Muiderpoort- en Amstel-station. Uitgebreid onderzoek moet uitwijzen of er voor deze "en-en oplossing" voldoende reizigers zijn en of voor een aansluiting op het landelijk net óf voor een stedelijke uitbreiding van het railnetwerk moet worden gekozen. Het SPvE zal dit onderzoek in zich moeten opnemen.
Gezien de complexe combinatie van de functies komt het doel om het geheel boven zichzelf te laten uitstijgen onvoldoende tot zijn recht. De functies 'wetenschap' en 'wonen' trekken zich ieder terug in hun eigen isolement, waarbij het wonen nogal is weggedrukt. Door terugdringing van de milieuzonering, gedeeltelijke verlegging van het tracé van de WCW-laan en door (informeel) wonen langs waterranden kan het aandeel 'wonen' nog vergroot worden.


AANBEVELINGEN

  1. Zorg dat de oplossingen van de korte en van de lange termijn in fase naast elkaar worden gezet en geef de daarbij behorende hoofdoriëntatie aan.
  2. Integreer de verkeersplanning (O.V.) als essentieel gegeven in de stedebouwkundige planning.
  3. Maak gebruik van herkomst- en bestemmingsonderzoek voor werknemers en bezoekers.
  4. Ga na of het gebied zowel een aansluiting op het landelijk spoornet als op het A'damse railnet moet krijgen. Wanneer de kans op een NS-station vervalt, zet dan alle energie in op een aansluiting op het stedelijk railnet, zowel via de metro vanuit Diemen-Zuid als via een tramverbinding vanaf station Amstel.
  5. Zet de mogelijkheden voor de doorbreking van de spoorbarrière op een rij, resp. door verplaatsing van het emplacement, overbouwing ervan of doordringing van het dijklichaam met meerdere viaducten.
  6. Stel hogere eisen aan inrichting en bebouwingswijze van het WCW-terrein, bv. door:
    • de architectuur en duurzaamheid van de wetenschapsgebouwen te verhogen (visitekaartje);
    • de waterhuishouding te verfijnen waardoor meer randlengte en variatie ontstaat;
    • het opnemen van alternatieve functies zoals broedplaatsgebouwen;
    • aantrekkelijkheid voor bezoekers en wandelaars te vergroten;
    • het aandeel wonen te vergroten.