- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
| Aan | College van Burgemeester en Wethouders Gemeenteraad van Amsterdam |
Geachte heer / mevrouw,
Het fietsgebruik in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. Meer dan een derde van de verplaatsingen van Amsterdammers wordt per fiets gedaan. In de binnenstad is dit zelfs 60%. Het fietsen is daarmee een belangrijke vervoerswijze van Amsterdam waar de stad trots op kan zijn. De ARS wil deze fietscultuur koesteren. Verdere groei van het fietsgebruik zal ook nodig zijn om aan de eisen van de luchtkwaliteit te kunnen voldoen en om de bereikbaarheid en leefbaarheid van Amsterdam te verbeteren.
Fietsdiefstal is echter nog steeds een groot probleem. Een belangrijke voorwaarde voor fietsbevordering is dat fietsers hun fiets veilig, gemakkelijk en betaalbaar kunnen stallen. Ook vragen de grote aantallen fietsen in de openbare ruimte om gerichte oplossingen.
Het verheugt de ARS dat de gemeente met het Beleidskader Fietsparkeren bij Publiekstrekkende Bestemmingen haar verantwoordelijkheid hierin neemt. In deze reactie doen wij een aantal suggesties voor verdere verbetering van het fietsparkeerbeleid.
UITGANGSPUNTEN
Uitgangspunt moet zijn dat het aantrekkelijk wordt de fiets te gebruiken. Daarvoor moet op de plek van bestemming steeds de verzekering bestaan dat men de fiets kwijt kan. De locaties van deze parkeervoorzieningen zullen op uitgekiende ideeën gebaseerd moeten zijn: toegankelijk, gebruiksvriendelijk en vooral dicht bij de bestemmingen.
De beste garantie tegen diefstal is een bewaakte stalling. Het dilemma bij realiseren van stallingen is dat daar waar de grootste vraag is, het vinden van goede betaalbare locaties het moeilijkst is.
STALLEN OP MAAT
De vraag naar soorten stallingsvoorzieningen is divers. Bij een supermarkt kunnen rekken volstaan, terwijl bij een theater behoefte kan zijn aan een bewaakte stalling. Per locatie zal onderzocht moeten worden wat de beste oplossing is. Alle mogelijkheden zullen daarbij de revue moeten passeren: bewaakt/onbewaakt, betaald/onbetaald, maaiveld/ondergronds etc. Bij de inrichting van de openbare ruimte zal het fietsparkeren in een vroeg stadium van het ontwerpproces meegenomen moeten worden.
Het beleidskader noemt OV-haltes, publiekgerichte gebouwen (theaters etc.), grotere uitgaanspleinen en winkelconcentraties als locaties voor bewaakte stallingen. Voor het Leidseplein wordt bijvoorbeeld gedacht aan een grote stalling voor 4.000 fietsen onder het plein. Naast de sociale onveiligheid is het nadeel van zo'n grote stalling dat de loopafstanden te groot worden, waardoor alleen langparkeerders er gebruik van zullen maken. Kortparkeerders zullen dit op straat blijven doen. Het geheel fietsvrij maken van openbare ruimte wordt dan een illusie. De ARS meent dat in een dergelijke situatie de oplossing gezocht moet worden in meerdere en gespreide stallingen, voor alle doelgroepen.
VERBETERING GEBRUIK STALLINGEN
Aan de ene kant constateert het beleidskader dat er een tekort aan stallingen is. Aan de andere kant blijkt dat een aantal Lockerstallingen slecht gebruikt wordt. Mogelijk is dit laatste te wijten aan tijdelijke factoren zoals gewenning. De ARS pleit ervoor te onderzoeken of de locatie van deze stallingen aansluiten bij gebruikerswensen, sociaal veilig zijn en aansluiten op korte looplijnen naar de bestemming respectievelijk het overstappunt.
Een instrument om in het gebruik van stallingen te sturen, zijn de tarieven. De ARS is nieuwsgierig naar de uitkomsten van de aangekondigde businesscases (p.24) waarbij de effecten op het gebruik en de exploitatie van zowel het hanteren van hogere tarieven als het gratis stallen zullen worden onderzocht. Ook kan daarbij gekeken worden naar de effecten van prijsdifferentiatie, waarbij er meer betaald wordt op drukke plekken en minder op rustiger plekken.
Andere verbetermogelijkheden zijn:
KETENMOBILITEIT
Als voortransport van het openbaar vervoer wordt vaak de fiets gebruikt. Fietsen is dan als een onderdeel van de OV-verplaatsing te beschouwen.
Daarvoor is het nodig dat er goede stallingsvoorzieningen bij stations en haltes zijn. Aangezien dit ook in het belang is van de OV-exploitanten, ligt het voor de hand dat deze daaraan meebetalen. Bij de concessieverlening van het openbaar vervoer zou gestimuleerd kunnen worden dat OV-bedrijven goede stallingsvoorzieningen bij openbaar vervoerknopen opnemen
Andersom zouden publiekstrekkende voorzieningen in de buurt van stationsstallingen een bijdrage kunnen leveren in de exploitatie van de stationsstalling als een groot deel van hun klanten gebruik maakt van deze stallingen.
BEHEER OPENBARE RUIMTE
De toename van het fietsgebruik in Amsterdam de afgelopen jaren is positief. De keerzijde is dat er een heus fietsparkeerprobleem in de openbare ruimte ontstaat. Veelvuldig blokkeren kris kras geparkeerde fietsen de doorgang van voetgangers. De ARS vindt dat hier strenger tegen opgetreden moet worden. De huidige Algemeen Plaatselijke Verordening biedt hiervoor voldoende handvatten.
Voorwaarde is dat er voldoende stallingsalternatieven in de buurt wordt aangeboden. Dit zou overigens niet alleen een verantwoordelijkheid van gemeente en stadsdelen moet zijn, maar ook van de voorzieningen zelf.
Verder moet er meer gedaan worden tegen fietswrakken die onnodig veel capaciteit van de fietsenrekken innemen.
AANBEVELINGEN
Met vriendelijke groet,
Mw. drs. E. Eshuis
(voorzitter)
Dhr. drs. H.C. Grünhagen
(secretaris)