- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
[inhoudsopgave] [samenvatting] [aanbevelingen]
Samenvatting en aanbevelingen
I. Inleiding
II. De betekenis van fijnmazig openbaar vervoer voor het stedelijk functioneren
Eis 1: Verbinding
Eis 2: Ontsluiting
III. Een uitdagende ontwerpopgave
IV. De ontwikkeling van het amsterdamse tramnetwerk
V. Lokaal openbaar vervoer in noord en buiten de ring
Amsterdam-Noord
Nieuw-West
Buitenveldert/Amstelveen
Amsterdam Zuidoost
Bijlagen:
A. Suggesties voor de vormgeving van het netwerk binnen de ring
B. De voordelen van de tram in een dicht bebouwde stad: Voorbeelden uit binnen- en buitenland
SAMENVATTING
Van Daar komt de tram! ARS-advies over het Fijnmazig Openbaar Vervoer
Amsterdams concurrentiepositie is gebaat bij bereikbaarheid per openbaar vervoer op alle schaalniveaus: (inter)nationaal, regionaal en lokaal. Na eerder advies te hebben uitgebracht over het regionale openbaar vervoer richt de ARS zijn aandacht nu op het lokale openbaar vervoer. Milieuvriendelijke en fijnmazige lokaal openbaar vervoernetwerken zijn - vooral binnen de ring en ten zuiden van het IJ - essentieel voor het economische en sociaal functioneren van een leefbare stad.
De tram is in de Amsterdamse situatie, en zeker binnen de ring, het vervoermiddel dat het meest voldoet aan de eisen die aan goed lokaal openbaar vervoer worden gesteld (herkenbaar, frequent, comfortabel, weinig overstap) én het vervoermiddel dat het minst belastend is voor de beperkte ruimte en het milieu in de dichtbebouwde stad.
Op dit moment is Stadsregio Amsterdam bezig met het opstellen van het concept Programma van Eisen (PvE) voor de nieuwe openbaar vervoerconcessie van Amsterdam en Waterland die in 2012 moet ingaan. De ARS doet mede daarvoor in dit advies suggesties voor de manier waarop een fijnmazig tramnetwerk kan worden ingericht en uitgebouwd om voor de gebruiker herkenbaar en toegankelijk te zijn.
1. Versterk de dominantie van de tram binnen de ring en zet de tram neer als hét vervoermiddel en beeldmerk voor de stad.
2. Completeer daarom het netwerk door ontbrekende schakels aan te leggen en verschillende tramlijnen te verlengen naar metro en/of spoorstations op de ring.
3. Maak een nieuw ontwerp voor het tramnet dat niet alleen gericht is op het Centraal Station maar ook op Station Amsterdam Zuid en vul deze aan met herkenbare ringlijnen.
4. Houdt het lokale fijnmazige netwerk ook na het gereedkomen van de Noord/Zuidlijn in stand, zelfs waar de Noord/Zuidlijn en tramlijnen elkaar lijken te doubleren.
5. Benut het verder uitbouwen van fijnmazige lokale openbaar vervoernetwerken voor verdichting en betere spreiding en menging van stedelijke functies, ook in gebieden buiten de ring. Hier liggen vooral in Nieuw-West en wellicht ook in Amsterdam-Noord kansen.
6. Stuur met een actief infrastructuurbeleid de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad, bijvoorbeeld door de mogelijkheden te onderzoeken van nieuwe lightrailverbindingen als de Noordtangent naar Zaanstad en de vertramming van de Zuidtangent.
7. Bezie de mogelijkheid om op korte termijn een tramverbinding aan te leggen van Nieuw-West naar Schiphol.