- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
AAN Dagelijks Bestuur en Raad van Stadsdeel Oud-Zuid
College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Gemeenteraad van Amsterdam
DATUM 5 februari 2009
SERIE 2009, nr. 03
BETREFT VISIE MUSEUMKWARTIER
Geachte heer / mevrouw,
De Centrale Stad en stadsdeel Oud-Zuid willen van het Museumplein en omgeving een nieuw en hoogwaardig cultureel hart maken. De Visie Museumkwartier (december 2008) dient als basis voor het eind 2009 uit te brengen Masterplan. De ARS ondersteunt de ambitie van de Visie, maar is van mening dat er geen duidelijke keuzes worden gemaakt.
De ARS juicht toe dat er een visie voor het Museumkwartier is gemaakt, want er staan grote veranderingen op stapel. Het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum worden ingrijpend verbouwd en krijgen hun hoofdentree aan het plein. Ook het Van Goghmuseum en het Concertgebouw willen zich meer op het plein oriënteren. Al deze instellingen verwachten na de verbouwingen veel meer bezoekers. Na aanleg van de Noord/Zuidlijn worden die vooral uit oostelijke richting verwacht. Terecht wordt verondersteld dat het Museumplein in de huidige staat onvoldoende is toegerust om al deze mensen op te vangen op een manier die past bij de status van de culturele instellingen aan het plein.
De ARS ondersteunt dan ook de ambitie van de Visie om van het Museumkwartier een nieuw cultureel hart van Amsterdam te maken, dat internationale allure heeft en veel beter met de omgeving verbonden is. Het Museumplein zou volgens de ARS echter ook moeten functioneren als plein voor de stad. Dat betekent dat het plein ruimte moet bieden aan verschillende doelgroepen en allerlei soorten activiteiten, van skaten tot dineren na een museumbezoek.
Daarnaast meent de ARS dat voorliggende Visie nu juist onvoldoende ‘visie' biedt op de belangrijkste opgaven en strategieën om van het Museumkwartier een nieuw cultureel hart te maken. De Visie is te vol, te gedetailleerd en te weinig toegespitst: in maar liefst tien opgaven wordt een gigantisch programma op het gebied losgelaten. Onduidelijk is welke opgaven waarom essentieel zijn. Hierdoor wordt veel te weinig sturing gegeven voor de politieke besluitvorming en voor het nog te ontwikkelen Masterplan. Ten tweede bemoeilijkt de vergaande gedetailleerdheid het gericht en strategisch inzetten van de beperkte financiële middelen. Het risico is groot dat het Museumplein door middel van deelplannen wordt aangepakt en de zo noodzakelijke samenhang uit het oog wordt verloren.
Volgens de ARS zal de Visie zich daarom moeten concentreren op twee opgaven die cruciaal zijn voor het realiseren van een goed functionerend Museumplein:
1. Een betere routing naar en op het Museumplein om de te verwachten bezoekersstromen goed te accommoderen.
Terecht is het verbinden met de stad een van de uitgangspunten van de Visie. Volgens de ARS moet er meer duidelijkheid komen over wat de belangrijkste, meest logische routes voor voetgangers, fiets en auto worden. En hoe worden deze routes vormgegeven; wat zijn de belangrijkste (aansluitings)punten op het Museumplein, geredeneerd vanuit deze routes en op welke wijze kan bewegwijzering de routing ondersteunen?
2. Een inrichting van de openbare ruimte die past bij de gewenste internationale allure van het Museumkwartier.
De Visie spreekt in dit verband van een metropolitane omgeving. Ingrediënten daarvoor zijn volgens de ARS een inrichting van de openbare ruimte die duurzaam, veilig en mooi is en plaats biedt aan een mix van toeristen en Amsterdammers. Een hoogwaardige, goed ingerichte openbare ruimte is cruciaal om het Museumplein als één samenhangend en aansprekend gebied te laten functioneren. Dit onderdeel komt wel aan de orde in de Visie, maar heeft volgens de ARS te midden van alle andere aandachtspunten te weinig gewicht.
Met vriendelijke groet,
Mw. drs. E. Eshuis Dhr. drs. H.C. Grünhagen
(voorzitter) (secretaris)