- Home
- Archief adviezen
-      
-      
-    
-    
-    
-    
Samenvatting
1. De gemeente zou zich dienen af te vragen welke factoren zij door het herordenen van de macht- en beslissingsstructuren in de regio wil beïnvloeden.
Het gaat daarbij zowel om de krachten waar zij op mikt, alsook om de omvang van het gebied waarin deze te vinden zijn.
Het vanzelfsprekend uitgaan van een concentrische regio met Amsterdam in het midden van het web, belemmert het zicht op mogelijk een heel andere regio, die lineair is van Amsterdam tot IJmuiden langs het Noordzeekanaal en eventueel nog andere.
2. De binnengemeentelijke decentralisatie is ingesteld om het bestuur dichter bij de burger te brengen en niet om een verhoogde efficiënte ruimtelijke structuurplanning tot stand te brengen. Dit in tegenstelling tot de roep om een stadsprovincie, die wel uit efficiency voortkwam. Bij het instellen van stadsdeelraden moet dan ook extra gelet worden op hoe de aangewezen stadsdelen in het stedelijk weefsel hangen. Zowel bij het niet goed van de grond komen van regionale planning (via stadsprovincie) als bij het wel doorzetten van binnengemeentelijke decentralisatie dreigt verlies in de efficiency van de planning.
3. Het doorzetten van stadsdeelraden en het uitblijven van een stadsprovincie, laat de rol van het stadsbestuur van Amsterdam voortbestaan maar ook blijft de rol van de provincie ongemoeid. Er ontstaat zo toch een vierde bestuurslaag die niemand gewild heeft.